MUSEUM VOOR DECORATIEVE KUNSTEN VAN NAMEN


Betreffende

Gesloten voor renovatie. Het Museum is om meerdere redenen interessant. Naast zijn binnen- en buitenarchitectuur, uit de XVIIe en XVIIIe eeuw, is er de diversiteit van zijn verzamelingen, die de stijlen en smaken van de XVIIe tot de XIXe eeuw tonen. Maar nog belangrijker is het behoud en de bescherming, jaar na jaar, van de authentieke sfeer van een patriciërshuis uit de Verlichting, dankzij de synergie tussen de werken en het gebouw. De architectuur : Het gebouw werd tussen 1751 en 1753 voor graaf Alexandre-François de Groesbeeck opgetrokken door de Belgische architect Jean-Baptiste Chermane (1704-1770) en heeft met zijn drie vleugels een H-vorm, waarvan het hoofdgedeelte onder meer bestaat uit de overblijfsels van de XVIIe eeuwse schuilplaats van de abdij van Villers. De reconstructie van 1751 beantwoordt bijzonder goed aan de drie basisregels van de architectuur in de XVIIIe eeuw, 't te zeggen de eerbied voor de intimiteit, het zoeken naar een nieuwe functionaliteit en de belangstelling voor de buitenwereld. Eigenlijk kan dat nog samengevat worden tot?: het genot van het leven en het verlangen naar genot. De behoefte aan intimiteit vertaalt zich in de zuidvleugel in een opeenvolging van kleine appartementen, damessalons en andere alkoofjes, die eenvoudig en comfortabel zijn en verbonden werden door gangen, waardoor men niet aldoor storend door de kamers hoeft te lopen. Maar op het gelijkvloers geldt het tegenovergestelde. J.-B. Chermane richtte er immers een aaneensluitende rij pronkzalen in opdat de genodigden er de rijkdom van het interieur van hun gastheren zouden kunnen bewonderen. Aan het verlangen naar intimiteit beantwoordt het zoeken naar functionaliteit, te weten al hetgeen het leven kan vergemakkelijken en zachter en aangenamer kan maken. De creatie van de eetzaal, die in de XVIIIe eeuw permanent wordt, verhindert de tafel enkel voor grote aangelegenheden te moeten dekken en bevordert het familiale leven. De opkomst van sanitaire voorzieningen en het veelvuldig gebruik van wandkasten en linnenkamers zijn andere vernieuwingen die J.-B. Chermane invoert. Daar moet het bewonderenswaardige gebruik van het licht aan toegevoegd worden, niet alleen dankzij een systeem van binnenkoeren (lichtbronnen), maar ook door de bijzondere verspreiding ervan, vanuit een verlichting van bovenuit onder de koepel tot in de gangen, doorheen vensteropeningen die uitgeven op de vestibule van de verdieping en op de trappenhal. Tot slot is de opening naar de buitenwereld toe duidelijk zichtbaar, niet alleen door het gebruik van vele en grote vensters, maar ook door het plan zelf van het gebouw, dat zijn vleugels naar de tuin uitstrekt. De vestibule op het gelijkvloers van zijn kant, doorkruist het herenhuis van de ene kant naar de andere, waardoor een verbinding ontstaat tussen de actieve wereld van de straat en de gesloten wereld van de tuinen. Het interieur?: L'hôtel de Croix, door de stad aangekocht in 1935, toont een ganse waaier typische XVIIIe eeuwse decoratietechnieken. De muren zijn versierd met houten wanden en sierlijsten in eenvoudige en geometrische figuren, soms gekleurd. Die lambriseringen omkaderen nu eens wandtapijten die landschappen en bossen voorstellen (vandaar hun naam?: "verdures"), dan weer schilderijen met een romantisch landschap (damessalon), borduursels met bloemen (kamer), behangpapier op doek met bloem- en rocaille-motieven, speciaal bewerkte, goudkleurige leren panelen (voorkamer van het groot salon en de zogenaamde lederkamer) en zelfs een zeldzaam voorbeeld van origineel behangpapier (kleine kamer). Boven de deuren en aan de schoorstenen bevinden zich schilderijen die liefdestaferelen in de stijl van Jean-Antoine Watteau (eetzaal) afbeelden, mythologische scènes of bloemenboeketten. De marmeren schoorstenen, de meeste te danken aan Vandenbase, zijn versierd met schelp- en rocaillemotieven. Wij vermelden ook een Chinees kabinet, dat de typische voorliefde van de eeuw weerspiegelt voor kennis en het exotische. Verder is er een prachtige keuken uit de tijd. Tenslotte kan men niet naast de verzameling rococo-stucwerken die het plafond en de koepel van de vestibule versieren, waarin maskers, bloemen en rocaille prachtig in elkaar overvloeien. Het vormt een van de meest geslaagde en mooiste voorbeelden in het genre van België. De verzamelingen De verzamelingen zijn eigendom van de Amis de l'Hôtel de Croix, van de Société archéologique de Namur en van de stad, en kunnen in twee delen opgesplitst worden?: de Naamse producties enerzijds en de werken van daarbuiten anderzijds. Tot de eerste categorie behoren meubilair en decoratieve of gebruiksvoorwerpen. De Naamse meubelen, architecturaal en majestueus, zoeken inspiratie in de Franse mode en de nog religieuze traditie. Het decor getuigt van de evolutie van de stijlen, van barok tot Lodewijk XVI. Wij vergeten niet te vermelden dat kostbare Franse meubelen (kabinetten, consoletafels, ladekasten, zetels en stoelen) bewaard worden in de zalen op het gelijkvloers. Bij de gebruiksvoorwerpen vinden wij een belangrijke verzameling koffiepotten, dozen voor chocolade en snoep, suikerpotten en hoge kandelaars, allemaal van de hand van Naamse edelsmeden. Zij getuigen van de verscheidenheid qua huisgerief en van de verfijnde tafelmanieren. Een mooi staaltje van de Naamse kunst om messen te maken (XVIIIe en XIXe eeuw) vervolledigt dit overzicht. Uit dezelfde periode bewaart het museum schitterend glaswerk. Namen was immers het belangrijkste glascentrum van het land. De prestigieuze namen van glasproducenten zoals Zoude en Vonêche zijn internationaal gekend. Bekers, kroonluchters, schalen en een bezienswaardige reeks pendules in uitgesneden glas en goudkleurig brons, zijn te bewonderen in de verschillende zalen van het gebouw. Om de producties uit eigen land te beëindigen, signaleren wij nog enkele geslaagde voorbeelden van faience uit Andenne en Saint-Servais, waaronder charmante groepen van kinderen en koppels, die men toewijst aan de beroemde Franse artiest Jacques Richardot, die in 1786 enige tijd in Namen doorbracht. De verzamelingen van het museum worden verrijkt met enkele producties van bekende artiesten die niet uit het Naamse afkomstig zijn?: een mooie collectie van terracotta's en marmeren beelden van de beeldhouwwerker Laurent Delvaux, in dienst van de Oostenrijkse gouverneur Charles de Lorraine?; een buste van Vauban van de hand van Coysevox, de officiële beeldhouwer van Lodewijk XIV?; een schets van de Italiaanse schilder Tiepolo?; schilderijen met bloemen van Pierre-Joseph Redoute, tekenleraar van Marie-Antoinette en tot slot een portret van de Zonnekoning, toegekend aan H. Rigault. De tuin?: In de kunst van de XVIIIe eeuw is de natuur als grote inspiratiebron overal aanwezig binnen het gebouw. Nergens is zij zo poëtisch als in een tuin. Vier bloemperken omringen een vijvertje en scheppen een symmetrisch perspectief, nog versterkt door het paviljoen aan het einde van het park. Uiteraard volgt dit de principes van de Franse tuin, in de stijl van Le Notre. Binnen zoveel regelmaat is er toch een beetje romanticisme op zijn Engels, dankzij een honderdjarige tulpenboom, die het licht in zijn bladeren laat trillen en de putti die het muurtje tussen de tuin en de koer versieren als het ware leven in blaast. Gratis op de eerste zondag van de maand

Tarieven

Gratuité : 0 €

Dienstregeling

Individueel:

Gesloten voor renovatie in 2015

Praktische informatie

  • Diensten: Vestiaire, WC

Foto

Meer foto's

Ga naar boven

MUSEUM VOOR DECORATIEVE KUNSTEN VAN NAMEN

3 Rue Joseph Saintraint
5000 Namur

+32 81 24 71 68

+32 81 24 87 20

museeartsdecoratifs@ville.namur.be